Free Website Templatesphpbb3 styles

Psychopathie in de praktijk vervolg

Psychopathie in de praktijk vervolg

Berichtdoor Mea op za 19 maart 2011 21:54

Maar ook gestes en bewegingen bieden extra informatie aan de gesprekspartner. Dit nonverbale gedrag is deels ook een uiting van onze gevoelens. Gestes kunnen de verbale boodschap ondersteunen, benadrukken, maar ook tegenspreken. (Richmond, 1987)
Individuen met een psychopathische persoonlijkheid maken meer gestes. Hun handgebaren hebben vaak een dubbele functie. Naast het ondersteunen van het verhaal kunnen de gestes ook vaak de aandacht van de gesprekspartner afleiden, zodat er minder aandacht gaat naar de inhoud van wat de psychopaat zegt. (Gillstrom, 1988; Zolondek, 2006; Rimé, 1987)
Het spreekwoord zegt ‘Ogen zijn de spiegel van de ziel’. Het is dus noodzakelijk om de aandacht ook te richten op het oogcontact die een psychopaat maakt met zijn gesprekspartner. Oogcontact is immers een heel intensieve vorm van menselijk contact. Kijkt men elkaar aan, of richt men eerder zijn blik weg van de ander? Hierbij is het noodzakelijk om enkele zaken in rekening te brengen. Zoals de persoonlijkheid, het geslacht, de cultuur waarin de persoon leeft en eventueel contextuele invloeden. Als voorbeeld nemen we de culturele achtergrond van een persoon. Binnen Oosterse culturen is het onbeleefd om je gesprekspartner aan te kijken, een nederige houding wordt van de vrouwen verwacht. De mate van oogcontact wordt ook bepaald door de persoonlijkheid van een individu. Introverte personen zullen tijdens interacties bijvoorbeeld meer naar de grond staren.
Ondanks de extra zaken waarvoor men zeker aandachtig moet zijn, is het oogcontact dus een interessante vorm van non-verbale communicatie.
Ook verandering in de gezichtsuitdrukking van een persoon kan informatie bieden over de interpersoonlijke relatie tussen gesprekspartners. De gezichtsexpressie van een persoon is namelijk een belangrijk element om emoties en gemoedstoestand af te leiden. Bijvoorbeeld
gefronste wenkbrauwen kunnen duiden op twijfel. Maar ook bij boze mensen zijn de wenkbrauwen gefronst. Een glimlach toont eventueel aan dat de persoon blij is. Ook de interpersoonlijke ruimte is een interessant gegeven om te bekijken binnen het nonverbale gedrag. Afhankelijk van de interpersoonlijke afstand kunnen we mensen indelen in verschillende soorten types. (Richmond, 1987) Zoeken de personen nabijheid, door vooruit te leunen, of creëren ze eerder afstand? Vinden er pogingen tot of effectieve aanrakingen plaats tussen de gesprekspartners? Mehrabian deed onderzoek (1969,1971,1972,1981) en vond dat het naar voor leunen tijdens een gesprek, de proximiteit ten opzichte van de gesprekspartner, openheid van armen en lichaam en een relaxte houding, allemaal factoren zijn in functie van de affecten van de persoon. (Richmond, 1987) Het verminderen van de afstand tussen interagerende individuen zorgt voor een verhoging van fysiologische arousal. Deze verhoging wordt meestal als onaangenaam ervaren. (Rimé,1987)
Bij psychopaten zien we dat ze de interpersoonlijke ruimte klein houden. Psychopaten gaan zelf meer naar voor leunen. Maar we zien ook dat ze via een manipulatieve techniek, namelijk heel stil praten, ervoor zorgen dat hun gesprekspartner dichterbij komt. (Zolondek, 2006) Het geeft hen het gevoel macht en controle te hebben over het gesprek. (Rimé, 1987; Zolondek, 2006) Het verkleinen van de interpersoonlijke ruimte is dus van functionele aard en valt bij hen niet te verwarren met affectieve toenadering!
Tijdens een sociale interactie zal het individu bepaalde cues uitzenden die de gesprekspartner informeren over de kwaliteit van hun sociale relatie. Deze boodschappen of sociale hints kunnen de ontvanger helpen om zijn/haar interpersoonlijk gedrag aan te passen.
Samengevat kunnen we stellen dat psychopaten onwetend zijn over de sociale cues die hen toegestuurd worden uit de omgeving. Aangezien ze de boodschap niet ontvangen, kunnen ze er ook niet op reageren. Door het niet zien/horen van deze sociale cues, mist een psychopaat veel informatieve en emotionele inhoud binnen een boodschap. (Rimé, 1978) Bijvoorbeeld: Een psychopaat vertelt een verhaal. Zijn gesprekspartner wordt door dit verhaal enorm kwaad. De affectieve, non-verbale boodschap die de gesprekspartner hierdoor uitzendt, komt niet over, of wordt niet begrepen door de psychopaat. Als gevolg zal de psychopaat blijven verder vertellen, en zal de gesprekspartner nog kwader worden. Opmerking: Psychopaten hebben het kenmerk zichzelf minder snel non-verbaal tegen te spreken. Ze zijn veel minder gevoelig voor sociale angst, waardoor er minder angst is om ‘betrapt’ te worden op een leugen. (Zolondek, 2006) In situaties waarin ze moeten liegen, lukt het hen beter om hun non-verbaal gedrag te laten overeenstemmen met hun verbale gedrag.
Hun gestes ondersteunen met andere woorden de inhoud van hun verhaal. De leugens die ze vertellen, beschouwen ze zelf al als waarheden, dit zorgt er ook voor dat ze zichzelf onder ijzige controle hebben. Anders gesteld; door hun onverdeeldheid kunnen psychopaten zodanig in hun eigen leugens opgaan, dat het voor hen aanvoelt alsof dat zelfs de waarheid is. We kunnen concluderen dat verbaal en non-verbaal gedrag, gegevens zijn waar we ons moeten op richten. Ze geven ons tenslotte een beeld over de interpersoonlijke relatie die plaats vindt tussen communicerende personen.
De volgende zaken kunnen we reeds voorlopig als besluit rond de hypothesen formuleren: Een psychopaat wordt gekenmerkt door zijn unieke manier in verbaal en non-verbaal gedrag binnen interpersoonlijke relaties.
Op verbaal niveau zal het tekort op interpersoonlijk en affectief vlak van een psychopaat naar boven komen. Psychopaten vertonen geen/weinig reactie op emotiegeladen woorden, en ze herkennen niet de angst in iemand zijn stem. (Graves, 1981; Wurm, 2000, 2003; Long, 2007) Belangrijk is ook hun manier van spreken: zacht en monotoon. Dit op zich heeft ook een functie. Door stil te praten komt de gesprekspartner dichterbij, de interpersoonlijke ruimte verkleint hierdoor, en dit wordt vaak als onaangenaam ervaren. De psychopaat echter voelt hierdoor zijn macht stijgen in het gesprek, hij neemt als het ware de controle van het gesprek in eigen handen. Hiermee maken we de overgang naar het belang van het non-verbale gedrag binnen het interpersoonlijke.
Op non-verbaal niveau zal een psychopaat veel oogcontact zoeken met zijn gesprekspartner, vaak zit hij/zij de gesprekspartner gewoon aan te staren. Psychopaten maken veel gebruik van gebaren, die vaak niet overeenstemmen met de inhoud van hun woorden. Dit lijkt in tegenstelling met bovenvermelde, daarom is het belangrijk te zien dat het om verschillende situaties gaat. Als psychopaten zich in situaties bevinden waarin ze moeten liegen slagen ze erin hun non-verbaal gedrag goed te laten aansluiten bij het verbale. In situaties waarin ze proberen de aandacht van de gesprekspartner af te leiden van de inhoud
van het gesprek, gebruiken ze veel meer gebaren. Ze gebruiken gestes om de interviewer af te leiden van hun woorden, hem in de war te brengen of om de controle van het gesprek over te nemen.
Het verbale en non-verbale gedrag werd nu besproken vanuit de literatuur. Nu bekijken we het interpersoonlijke gedrag iets meer vanuit de praktijk. Aan de hand van de IM-P zullen we het verbalen en non-verbale gedrag scoren. Net als bij de PCL-R wordt eerst ingegaan op de oorsprong en de items van dit instrument. Ook kijken we naar het verband tussen de IM-P en de PCL-R.

Interpersonal Measure of Psychopathy, de IM-P
IM-P In Theorie


Zelfrapportage is een minder bruikbare meting bij psychopaten binnen de forensische setting. (Hare, 1996) Ze gaan namelijk liegen, manipuleren en ook sociaal wenselijk antwoorden. Dit alleen verklaart niet waarom zelfrapportage minder bruikbaar is bij psychopaten. Nietpsychopaten gaan onder bepaalde omstandigheden (zoals bijvoorbeeld een verhoor) ook sociaal wenselijk antwoorden, en liegen om zichzelf te redden. Bij psychopaten verklaart het gebrek aan inzicht van hun eigen pathologie ook mindere bruikbaarheid van zelfrapportering. (Edens, 2000) Daarenboven ondergaan gevangenen frequent psychologische testen, hierdoor ontstaat er een soort testwijsheid. Psychopaten weten, nog meer dan gewone gevangenen, deze vragenlijsten te omzeilen. Door hun stijl van antwoorden op zo’n vragenlijsten zijn ze als het ware experts in het creëren van incorrecte profielen. Een score of profiel bekomen via deze vorm van ondervraging biedt dan ook niet veel interessante of nuttige informatie. (Hare, 2004)
Deze manier van ondervraging is niet sluitend. Er was daarom nood aan een alternatieve manier om het interpersoonlijke gedrag te kunnen coderen.

Oorsprong:

De Interpersonal Measure of Psychopathy (IM-P) is ontworpen door Kosson in 1997. Hoewel het niet binnen één of ander theoretisch kader rond psychopathie is gegroeid, heeft de IM-P als doel het interpersoonlijke gedrag bij psychopaten beter te kunnen vatten.
Het is belangrijk te vermelden dat de IM-P niet geconstrueerd is met de intentie de PCL-R te vervangen. Wel moet de IM-P een aanvulling zijn bij de PCL-R, een soort additionele meting, gerelateerd aan het interpersoonlijke. De Interpersonal Measure of Pyschopathy brengt namelijk andere informatie dan de twee factoren van de PCL-R. (Lilienfeld, 1998) De PCL-R is een semi-gestructureerd interview, toch kan het té gestructureerd zijn om een volledig beeld te krijgen van het interpersoonlijke gedrag van de geïnterviewde. Het uitgangspunt van de IM-P is dat de tekortkomingen van een psychopaat ook in het gedrag tegenover een interviewer of observator naar boven moeten komen De IM-P kan daarenboven ook gebruikt worden in alledaagse sociale interacties en schept daardoor een ruimer beeld van het interpersoonlijk gedrag van een psychopaat dan de PCL-R. (Zolondek, 1996)
De IM-P is een heel interessant instrument om via observatie de interpersoonlijke relaties van een individu met een psychopathische persoonlijkheid op objectieve wijze te coderen. (Kosson, 1997; Zolondek, 2006)

Scoring:

De IM-P bestaat uit 21 items die observators kunnen gebruiken om de variëteit van interpersoonlijke verbale en non-verbale interacties te coderen.
De items worden gescoord op een 1- tot 4-punten schaal. Een score 1 stemt overeen met een kenmerk dat totaal niet past bij het individu, score 4 wordt toegekend aan een kenmerk dat perfect bij het individu past. Zo komt men tot een minimumscore van 21 en een maximumscore van 84. Deze codering mag gebeuren door iemand die een brede kennis heeft over de kenmerken bij psychopathie. Een professionele opleiding is hier dus niet noodzakelijk. Dit is in tegenstelling tot de afname van de PCL-R, die wel gebeurt door iemand die ervoor getraind is. Vaak wordt de interactie of een videotape van de interactie onmiddellijk gecodeerd aan de hand van de IM-P.

Items:

De 21 items die bij de geïnterviewde worden gescoord met de IM-P zijn:

1) Onderbreken van gesprekspartner [Interrupts]
2) Intolerant t.o.v. onderbrekingen [Refuses to tolerate interruption]
3) Negeren van professionele grenzen [Ignores professional boundaries]
4) Negeren van persoonlijke grenzen [Ignores personal boundaries]
5) Testen van de interviewer [Tests interviewer]
6) Persoonlijke opmerkingen geven [Makes personal comments]
7 Bevragen van de interviewer [Makes requests of interviewer]
8 Tangentieel/wiskundig [Tends to be tangential]
9) Invullen van dode momenten [Fills in dead space]
10) Ongewone kalmte [Unusual calmness or ease]
11) Frustratie en ontwijken van argumentatie[Frustration with argument avoidance]
12) Volharden [Preservation]
13) Ethisch superioriteitsgevoel [Ethical superiority]
14) Narcisme [Expressed narcissism]
15) Incorporatie van de interviewer naar persoonlijke verhalen [Incorporation of interviewer
into personal stories]
16) Coalitie/verband zoeken [Seeking of alliance]
17) Acteren/stoer voordoen [Showmanship]
18) Boosheid [Angry]
19) Impulsieve antwoorden [Impulsive answers]
20) Hardheid [Expressed toughness]
21) Oogcontact [Eye contact]


Verband tussen IM-P en PCL-R:\

In tabel 2 vinden we evidentie uit de studie van Kosson et al. die ondersteuning biedt voor het gegeven dat er een hoge correlatie is tussen de totaal score van de PCL-R, en de IM-P (.51 in de eerste studie en .26 in de tweede studie). Een nog sterkere correlatie vinden we bij de IM-P met Factor 1 van de PCL-R, namelijk het affectieve en interpersoonlijke facet (.62 in de eerste studie en .33 in de tweede studie).
In de eerste studie participeerden 98 mannen uit de federale correctionele gevangenis van North Carolina tussen de 18 en 45 jaar. Er werd een semi-gestructureerd interview afgenomen om opleiding, werk, criminele geschiedenis, familie en intieme relaties te bevragen. Ook werd de Shipley Institute of Living Scale (een korte IQ test) afgenomen.
Nadien deed men computertaken om te peilen naar de visuele aandacht, en de affectherkenning bij de participanten. Als laatste vulde men ook nog persoonlijkheidsvragenlijsten in. Voor de PCL-R scores gebruikte men het semigestructureerde interview aangevuld met informatie uit de dossiers van de instelling omtrent psychologische evaluaties, discipline rapporten, … .
De tweede studie werd opgezet met als doel meer informatie te leveren over de persoonlijkheid van de participanten. De steekproef betreft 45 mannelijke en
vrouwelijke studenten van een universiteit in Canada. Gemiddelde leeftijd van de participanten was 21 jaar. De helft van de groep heeft zich opgegeven als vrijwilliger voor dit experiment. De andere helft werd geselecteerd op basis van een zelfrapportage van een aantal symptomen voor een gedragsstoornis volgens de DSM-III-R. De PCLSV werd afgenomen van de participanten en ze vulden nog enkele aanvullende vragenlijsten (bijv. IAS-S) in. Er was ook een video-interview, zoals in de eerste studie, waarop de IM-P gescoord werd

Uit deze studies blijkt dat de IM-P score de enige predictor is die de variantie in de scores van dominantie kan verklaren. Hoge IM-P scores gaan samen met hoge Dominantie scores. De PCL-R geeft verschillende resultaten naargelang het gebruikte model. Hierbij mogen we dus stellen dat de IM-P een bruikbare aanvulling is voor de PCL-R. (Kosson et al., 1997)
Het is belangrijk op te merken dat personen die al langer hun straf uit zitten, meer gehard zijn in interviews. Hierdoor kunnen ze zich veel meer comfortabel voelen om deel te nemen aan de PCL-R. Maar dit kan ook leiden tot hogere scores op de IM-P items, zoals bijvoorbeeld de interviewer onderbreken, of hun acteertalent. Onderzoek wijst erop dat sociale dominantie en emotionele stabiliteit stijgen met de leeftijd. (Zolondek, 1996)
Als conclusie kunnen we stellen dat de IM-P ons van informatie voorziet dat relatief intern consistent is, robuust is over verschillende beoordelaars, en meer gelinkt is met het persoonlijke en affectieve aspect van psychopathie, dan met het impulsieve en onverantwoordelijk antisociale gedragsaspect. (Zolondek, 2006; Kosson, 1997)
Nu de theoretische achtergrond van de IM-P is toegelicht volgt in het volgende luik de praktische toepassing ervan.

IM-P In Praktijk

In dit deel gaan we het interpersoonlijke gedrag na van twee casussen, Louis (opzettelijke slagen en verwondingen) en Dimitri (doodslag). Van elke casus is het videoverhoor geanalyseerd aan de hand van de IM-P.

Casus 1: Louis

Dit videoverhoor kunnen we duidelijk splitsen in twee delen. In het eerste deel bespreekt men wat Louis is overkomen en wat zijn visie is op de feiten. Tijdens dit deel van het verhoor heeft Louis constant een tremor van de onderkaak, en een handtremor. Hij spreekt voortdurend op een hoge toon, en met een huilende klank. Louis start zijn verhaal door mee te delen dat hij PTSS (= Post Traumatische Stress Stoornis) heeft ontwikkeld. Dit is het gevolg van het
onderzoek dat tegen hem gevoerd is. Maar ook door de dagen die hij in de gevangenis heeft moeten doorbrengen. Hij voelt zich een slachtoffer. Er kan nog niets van therapie gedaan worden bij hem gezien het onderzoek nog lopende is. ‘De daad van agressie is voor mij nog altijd niet gedaan, ik zit hier opnieuw. Ik zit nog steeds in het trauma, en ik kan er maar aan werken eenmaal het gedaan is.’
Bijna 45 minuten zit Louis in deze rol. Hij houdt een hoge stem aan, ongeacht wat hem over de feiten wordt gevraagd, en hij heeft heel vaak last van hand– en onderkaaktremor. Het tweede deel van het verhoor komt onverwachts voor Louis. Men bevraagt hem over de wapens die bij hem thuis in beslag zijn genomen, en in het bijzonder over één wapen dat nog tekort is. Eenmaal deze vraagstelling van start gaat is er een totale omkering in het spreken van Louis. De tremor verdwijnt in één klap en ook de hoge stem is als sneeuw voor de zon verdwenen.
Hier verwijs ik graag kort naar de bevindingen over liegen (cfr. infra: Psychopathie en leugens). In dit stuk wordt gezegd dat een persoon zich vaak voorbereidt op het verhoor. Dit houdt ook in dat men, indien nodig, leugens zal voorbereiden. Als er plots een onverwachte vraag komt, die buiten het voorbereid scenario valt, kan men eventueel het leugengedrag opmerken, doordat men op dit moment uit zijn rol valt.
Louis heeft het verhoor heel goed voorbereid. Maar had er niet aan gedacht dat er een vraag zou komen in verband met het wapen. Vandaar dat we een enorme gedragswissel bemerken bij de onderhoorde. Louis heeft zichtbaar last van tremor, en spreekt constant met een hoge, piepende, huilerige stem. Eenmaal de vraag komt over het wapen, verdwijnt dit alles. De tremor valt weg en er wordt overgegaan naar normaal stemgedrag.
Bij het psychiatrisch onderzoek resulteert de PCL-R totaalscore van Louis in 15. Vooral Factor 1 heeft een hoge score, namelijk 13. Dit komt overeen met een percentielscore van 89,9 als we Louis vergelijken met Noord-Amerikaanse mannelijke daders. (Hare, 2004) Met andere woorden, slechts 10% van deze populatie scoort hoger dan Louis op Factor 1 van de PCL-R. Deze sterke verhoging op factor 1 kenmerkt zich door een sterk manipulatiefnarcistische inslag. (Declercq, 2008) Bij Louis zijn er weinig aanduidingen voor anti-sociaal gedrag, hij scoort dan ook heel laag op de Factor 2 van de PCL-R, nl. een score van 2. Dit was enigszins ook te verwachten gezien zijn beroep als politieman. Bij deze job wordt een sociale ingesteldheid verwacht. Volgens de normen van de PCL-R kunnen we Louis geen psychopaat noemen. Hij voldoet namelijk niet aan de cut-off score van 30. Maar hij scoort hoog op de kernelementen van psychopathie (gerepresenteerd door de items onder Factor 1). In de studie van Cooke&Michie (1997) (Lilienfeld, 1998) zegt men dat items van Factor 1 meer discriminerend zijn en meer psychopathie-relevante informatie voorzien dan Factor 2-items.

Casus 2: Dimitri

Tijdens dit videoverhoor zien we hoe gemakkelijk psychopaten kunnen liegen. Dimitri brengt in het begin, volledig overtuigend, zijn verhaal. Twee uur later in het verhoor horen we hoe alles werkelijk is verlopen. Dit verhaal krijgt men pas nadat hij geconfronteerd werd met tal van bewijsmateriaal waar hij niet langer onderuit kon.
Bij Dimitri was er geen PCL score beschikbaar. Op basis van het weinige materiaal dat ik in handen had (enkel het videoverhoor), volgde ik Dr. Frédéric Declerq tijdens zijn scoring van dit individu. Dimitri was 16 jaar toen hij de feiten pleegde, alsook toen het verhoor werd afgenomen. Daarom hanteren we de PCL-YV bij Dimitri. De PCL-YV van Dimitri resulteerde in een totaalscore 21.

We bekijken nu verder de 21 IM-P items aan de hand van deze casussen. Indien van toepassing wordt het item aan de hand van fragmenten van het videoverhoor verduidelijkt.

1) Onderbreken van gesprekspartner

Louis: Het eerste item vinden we niet terug bij Louis. Hij laat de verhoorders telkens uitspreken.
Dimitri: Hij durft wel eens de verhoorders onderbreken. Bijvoorbeeld door zelf een vraag te stellen terwijl de verhoorder aan het spreken is.

2) Intolerant t.o.v. onderbrekingen

Louis: In het verhoor krijgt Louis telkens de tijd om zijn verhaal uit te doen. Er vindt maar uitzonderlijk een onderbreking plaats.
Dimitri: Dimitri verdraagt het niet zo goed dat verhoorders hem proberen te onderbreken. Hij geeft het woord niet rap af, en spreekt gewoon verder.

3) Negeren van professionele grenzen

Louis: Hij is politieman en wordt dus verhoord door collega’s. Dit zou een reden kunnen zijn om zich los op te stellen tegenover de verhoorders. Louis doet dit echter niet, en toont veel eerbied voor de verhoorders. Als hij tijdens het verhoor over zijn overste spreekt, hanteert hij wel een ongebruikelijke woordkeuze. “DIE vrouw…” Louis neemt met andere woorden een denigrerende houding aan ten opzichte van zijn overste.
Dimitri: Tijdens het verhoor spot hij met de politie. Ze moesten aan hem de beste weg naar Brussel vragen, ze denken zo belangrijk te zijn dat ze hem mogen komen storen tijdens zijn nachtrust. “Om 3u ’s nachts, was ik zo al aan het slapen en kwam de politie daar, die maken mij dan ook nog eens wakker…” en ook “Jah, weet ik veel wat jullie in je kop hebt, maar meestal is dat het naardigste vant naardigste. Weet ik veel wat jullie allemaal bedenken en waar jullie allemaal mee bezig zijn.” Tijdens zijn verhoor vraagt Dimitri naar wat voor werk de Federale eigenlijk doet en ook naar de namen van de andere politiemensen met wie hij in contact kwam.

4) Negeren van persoonlijke grenzen

Louis: Ook hier geldt dezelfde opmerking als bij nummer 3). Louis is net als de verhoorders een politieman. Hij zou dit kunnen uitbuiten maar blijft respectvol omgaan met de verhoorders, en blijft een ondergeschikte rol aanhouden.
Dimitri: Hij negeert deze grenzen en stelt directe en persoonlijke vragen aan de verhoorders. “…Ik ben naar die vissers gegaan en gevraagd wat ze gevangen hebben, ik was gewoon geïnteresseerd. Ik weet niet hoe jullie dat doen? Als jullie collega’s tegenkomen of eenzelfde hobby doen, dan gade daar toch ook gaan bijstaan en ermee praten?” En ook over de feiten, waarom hij haar in het struikgewas heeft gesleept nadat hij haar vermoordde.“Het is…een gewoonte zou ik niet zeggen, maar het is toch een vrij logische reactie bij alleman, als jij het zou doen, zou je haar toch ook niet…moest dat nu op straat gebeuren, dan laat je haar toch ook niet midden de straat liggen?”

5) Testen van interviewer

Louis: Louis test de interviewers niet persoonlijk. Hij gaat echter wel na hoeveel de verhoorders weten van het dossier. Hij checkt naast hun dossierkennis ook hun woordenschatkennis. Hij kijkt de verhoorders vragend aan als hij een woord vergeten is, of niet uit zijn woorden geraakt.
Dimitri: Ook bij Dimitri merken we dat hij probeert te achterhalen wat de verhoorders al weten en wat niet. Hij gaat ook op zoek naar bevestiging bij de verhoorders. Als hij zijn verhaal vertelt, kijkt hij op bepaalde momenten de verhoorders indringend aan en wacht op hun bevestiging, of vraagt hen “Kan dat?”

6) Persoonlijke opmerkingen geven

Louis: Tijdens het verhoor maakt Louis geen opmerkingen naar de verhoorders toe. Wel gaat hij zijn persoonlijke ideeën over het onderzoek en over zijn overste duidelijk stellen.
Dimitri: Qua persoonlijke inbreng geeft Dimitri tijdens het verhoor veel informatie over het vissen. Hij vertelt er over de verschillende locaties, zijn vangsten, de trucjes,…

7) Bevragen van de interviewer

Louis: Louis doet beroep op de verhoorders om zijn zinnen af te ronden. Hij kijkt hen vragend aan, op zoek naar het correcte woord. (<-> Louis heeft een IQ van 130, en is dus hoogbegaafd. Iedereen kan zijn woorden wel eens kwijt zijn, maar hier kan het ook duiden op liegen. Terwijl hij inspanningen moet doen om zijn tremor en hoge stem aan te houden worden de hersenen zwaar cognitief belast. Hierdoor is er minder energie over voor het taalcentrum. (Cfr. Psychopathie en leugens.)
Dimitri: Enkele voorbeelden uit het verhoor van Dimitri zijn dat hij de verhoorders aankijkt en vraagt naar woorden, hij zoekt ook bevestiging als hij zijn verhaal doet (bijvoorbeeld in verband met de beschrijving van de plaats van het delict), hij vraagt naar de namen van de mensen die hem arresteerden, …

8 Tangentieel/wiskundig

Louis: Hij gaat heel berekend te werk. Louis houdt stand dat het niet kan zijn dat hij zijn glock (dit is een semi-automatisch handvuurwapen, een 9mm, dat door de Belgische politiediensten als dienstwapen wordt gebruikt) mét een licht eraan in iemand zijn mond kan duwen. Om zijn onschuld aan te tonen laat hij alles nameten van zijn wapen. Uit deze metingen blijkt dat zijn revolver niet in zijn broekzak kan.
Dimitri: Tijdens zijn verhoor is dit niet van toepassing.

9) Invullen van dode momenten

Louis: Als Louis aan het woord is over de zaak, en er volgt een korte stilte, zet hij vanzelf zijn verhaal weer verder. Als het verhoor wordt afgerond, wordt er steeds gevraagd of er nog opmerkingen zijn. Meestal volgt hierop een kort antwoord. Louis maakt er echter gebruik van om zijn gal uit te spuwen over het onderzoek en de leiders van het onderzoek. Soms zwijgt Louis ook tijdens de stiltes. Hij houdt tijdens de stiltes wel zijn tremor aan. Het gebeurt ook
dat hij de verhoorders een keer aankijkt.
Dimitri: Hij neemt vaak zelf het woord weer op bij stiltes. Voorbeeld: Op het einde van het verhoor gaat men even in op een vorig contact dat Dimitri had met de politie (drugszaak). Zonder enige vraag vertelt Dimitri heel het verhaal, aan wie hij kocht, hun namen, hun auto’s, hun adressen,…

10) Ongewone kalmte

Louis: In het begin van het verhoor lijkt Louis gespannen. Hij beluistert de introductie met gesloten ogen, houdt zijn hoofd omhoog en heeft een merkbaar versnelde ademhaling (gezonde nervositeit voor een optreden?). Eenmaal hij met zijn verhaal van start kan gaan is
Louis rustig. Louis blijft rustig en hierdoor slaagt hij er ook in om zo goed het theatraal gedrag aan te houden. Hij laat zich niet van stuk brengen door de vragen. Ook niet wanneer het onderwerp switch naar zijn wapenbezit. Ondanks het verlies van het theatraal gedrag blijft Louis zijn kalmte bewaren, en denkt hij goed na voor hij antwoordt.
Dimitri: Hij lijkt heel zelfzeker en kalm tijdens het verhoor. Ook door voorovergebogen te zitten naar de verhoorders toe, straalt hij kalmte en rust uit. Eenmaal hij echter wordt geconfronteerd met zijn leugens, en het bewijsmateriaal, begint Dimitri te wiebelen op zijn stoel. Hij wisselt vaak van houding, zijn handen aan de mond, op zijn schoot, houdt zijn vingertoppen tegen elkaar… Ook merken we tijdens deze fase op dat Dimitri op zijn lippen en zijn kaak zit te bijten. Hij blijft constant wiebelen op zijn stoel, op zijn nagels bijten en in zijn handen wrijven, tot het moment hij start met de waarheid te vertellen. Vanaf dan zit Dimitri er terug relaxed bij.

11) Frustratie en ontwijken van argumentatie

Louis: Er is niet echt een teken van frustratie naar het verhoor toe. Maar wel naar de manier van het onderzoek. Louis is gefrustreerd over de wijze waarop ze hem behandelen. “Ik word op allerlei manieren gezocht. Ik leef constant in angst. Omdat men per se iets wil bewijzen dat er niet is.” Ook als de vraag wordt gesteld waar het wapen nog is, merken we lichte frustratie. “Ahjah,…jah…Nu moet ik hem nog hebben? Ze hebben drie keer een huiszoeking gedaan, en zelfs met hun handen tot in de bloembakskes gezeten!”
Louis is kwaad dat een nieuw gegeven (vraag naar het ‘spoorloze’ wapen) zorgt dat het onderzoek blijft aanslepen. Hij snapt niet dat zo’n vragen 3 jaar na de feiten nog kunnen opduiken. Louis zal hier dan ook zijn frustratie over uitspreken, maar ondertussen blijft hij een antwoord op de vraag schuldig.
Dimitri: Hij ontwijkt de vragen en geeft een nutteloos antwoord “Jullie weten dingen die ik niet weet, en andersom ook.” “Ik heb mijn gedacht erover, gedachten die ik nooit heb gezegd, ‘k zal het ook nooit zeggen. Maar hoe weet ik dan, ’t zal misschien grof over komen, maar zeggen jullie de waarheid?” Dimitri maakt er bijna een spelletje van. Hij probeert antwoorden te ontwijken door de vraag terug te stellen aan de verhoorders. De verhoorders duiden Dimitri erop dat de vrouw hem eigenlijk niets verkeerd heeft gedaan. Hij raakt hierdoor gefrustreerd, want voor hem deed ze net wel heel veel. “…Ze heeft me echt wel staan uitdagen! Uitdagen of slaan is hetzelfde bij mij. ... Ze kijkt verschillende keren naar mij én ze vertraagt, dan weet ik het niet meer ze, dan ben ik niet meer op mijn gemak.” ‘Maar ze deed niets’ “Ze vertraaaaaagt! Én ze kijkt om, en ze kijkt nog eens!” ‘Ze heeft je geen vonk verkocht hé’ “Nee, dat zeg ik ook nie, maar ’t is de manier hoe ze mij aanziet!”
De verhoorders duiden Dimitri op het feit dat er nog gaten in zijn verhaal zitten. Er zijn nog verwondingen teruggevonden tijdens de autopsie die onverklaarbaar zijn als je zijn verhaal volgt. Tijdens het verhoor wordt hier een tijdje op doorgevraagd. Dit lijkt Dimitri te irriteren. “Maar waarom blijf je daar nu op doordrammen?” ‘Flikken weten graag alles.’ “Dat had ik ondertussen al door! Die komen graag alles te weten. Zelfs over dingen waar den dader zelf niets over weet.”

12) Volharden

Louis: Louis volhardt in zijn onschuld. Hij blijft bij zijn verhaal dat hijzelf en zijn collega werden bedreigd door de twee Algerijnen. Louis blijft ook het eerste deel van het verhoor volharden in zijn theatraal gedrag (tremor, hoge stem).
Dimitri: Dimitri bekend zijn schuld. Eerst volhardt hij wel in zijn verhaal over de schipper, maar eenmaal geconfronteerd met het bewijsmateriaal, kraakt hij en vertelt hij de waarheid.

13) Ethisch superioriteitsgevoel

Louis: Tijdens het verhoor kan Louis het niet nalaten om anderen te verwijten over hun slecht werk. Hij klaagt erover dat hij door het onderzoek zijn vertrouwen in de justitie is verloren. Over zichzelf weet hij het volgende te vertellen “Ik heb als politieman een boel zaken onderzocht, maar ik heb nooit op zo’n degoutante manier iemand vervolgd. Gewoon om maar gelijk te krijgen, of om toch maar een slag te slaan. Ge moet correct zijn, en ge moet a charge, en a décharge werken. En als er elementen zijn die a décharge werken dan voeg ik die ook bij het dossier, maar hier doen ze dat niet!” Hij voelt zich met andere woorden een politieman die zijn werk serieus neemt en correct uitvoert (lees: in tegenstelling tot zijn collega’s).
Dimitri: Dit item vinden we niet onmiddellijk terug tijdens het verhoor van Dimitri.

14) Narcisme

Louis: Onder een narcist verstaan we iemand die zichzelf graag ziet, en ervan overtuigd is dat de omgeving hem fantastisch vindt. We kunnen dit item vanuit verschillende invalshoeken bekijken.
° Hij schaamt zich niet om zijn huilerig gedrag. Iemand die trots is op zichzelf zal zich verbergen, en hopen dat mensen hem niet zo zien. Hier moeten we het echter het theatrale gedrag indachtig zijn!
° Louis spreekt over ‘Mijn vrouwke, mijn kindjes…’ we kunnen dus stellen dat hij trots is op hen (alsook hen als zijn bezit ziet).
Dimitri: Hij weet dat hij groot is en sterk. Hij beseft ook dat hij er ouder uitziet, en veel macht heeft. Het doet hem ook plezier dat anderen hem zo zien. “Met mijnen vuist, ik sla nie zo met een handje, als ik slaag, sla ik ineens door.”, “Maar ene van 14jaar, jah, dienen geef ik nen stamp en die vlieg 10 meter verder.”, “’k Denkt dat er veel verschieten, jullie verschoten ook hé, je geloofde ook niet dat ik 16 was, de groten deel, de meeste schatten mij
20-21 jaar.”

15) Incorporatie van de interviewer naar persoonlijke verhalen

Louis: Louis spreekt niet in op het privé-leven van de interviewer. Hij heeft enkel aandacht voor zijn eigen toestand en verhaal.
Dimitri: Zie opmerkingen bij 3) Negeren van professionele grenzen en 4) Negeren van persoonlijke grenzen.

16) Coalitie/verband zoeken

Louis: Het feit dat ze uiteindelijk allemaal collega’s zijn zou je denken dat Louis hierop hoog scoort. Maar Louis probeert niet om een band te scheppen met de verhoorders. Wel neemt Louis het taalgebruik en de woordkeuze van de verhoorders over. Hij gaat met andere woorden heel snel ‘joinen’ met de verhoorders.
Dimitri: Ook bij het verhoor van Dimitri krijg je de indruk dat hij snel joint, en probeert een vriendschappelijke/losse band aan te gaan met de verhoorders.

17) Acteren/stoer voordoen

Louis: Louis kan heel goed zijn slachtofferrol acteren. 45 Minuten aan een stuk zit hij met een tremor van de hand en de onderkaak. Hij houdt een hoge stem aan, ongeacht het onderwerp van de vraag. We kunnen zijn gedrag als theatraal beschouwen om de volgende redenen:
° Tijdens het wenen van Louis verschijnt er geen enkele traan. Er is ook geen neusloop, noch ademgebrek. We bemerken ook geen schaamte omdat hij zich zo uit, bijvoorbeeld door zijn gezicht te bedekken achter zijn handen.
° Louis heeft last van een handtremor. In een natuurlijke situatie zal men het bevende lichaamsdeel ondersteunen. Louis houdt zijn hand ostentatief voor zijn lichaam uit, en zoekt niets van ondersteuning.
° Het huilerig gedrag en de tremor is constant aanwezig. Normaal zijn hierin pieken en dalen in terug te vinden. Als er meer neutrale onderwerpen worden aangekaart, verwacht men een neutrale stemhoogte, en geen/verminderde tremor. Bij Louis is alles constant.
° De tremor verdwijnt –ondanks de constante aanwezigheid- als Louis zijn glas neemt om te drinken.
Wanneer de verhoorder via non-verbaal gedrag duidelijk maakt dat hij Louis’ verhaal in vraag stelt, is de reactie van Louis frappant. Hij zal namelijk het huilerig gedrag herstarten, of versterken.
Dimitri: Tijdens het verhoor van Dimitri kunnen we zijn gedrag eerder als ‘stoer voordoen’ benoemen. Hij zegt dat het hem niets kan schelen hoeveel jaar hij krijgt tijdens zijn proces. “Voor mij gaat er ook nie veel veranderen. Ik zie dat zo…Voor mij telt mijn mening, voor die 5, 6 of 10 of 15 jaar dat ik moet zitten, mij geen probleem ze, ik zal ze zitten, maakt mij niets uit..op da jaarke meer of minder zal dat er ook niet op aankomen zeh.” Ook gebruikt Dimitri tijdens het vertellen van zijn daden heel veel gesticulaties, hij beeldt alles perfect uit alsof hij het opnieuw meemaakt. Dit biedt voornamelijk ondersteuning aan zijn verhaal, maar kunnen we eventueel ook als acteren zien.

18) Boosheid

Louis: Louis is boos omdat het onderzoek nog steeds lopende is. Hij is het slachtoffer en lijdt aan posttraumatische stress. Hij wil dat alles stopt, zodat hij eindelijk kan beginnen aan de verwerking. Er is dan ook boosheid gericht naar de leiders van het onderzoek. Zij willen hem tenslotte pakken. “Ik kan toch niet naar de gevangenis moeten gaan omdat er iemand ambitieus is en in zijn leven moet scoren? Die zijn daar van overtuigd dat ik dat gedaan heb en die gaan dat op alle mogelijke, wettelijke en onwettelijke manieren proberen te bewijzen. En ik kan mij daar niet tegen verzetten want ik stoot altijd op een muur van onbegrip.”
Dimitri: Tijdens het verhoor is Dimitri algemeen kalm. Maar telkens hij begint over hoe Marie, de vrouw die hij vermoordde, hem had aangekeken, krijgt zijn stem iets meer volume en een intonatie die we als boosheid/woede kunnen herkennen. “Ze kijkt ver-schil-len-de keren naar mij én ze vertraaaagt! Dan weet ik het niet meer ze…dan wil ik toch wel keer weten wat dat zij ineens krijgt…”

19) Impulsieve antwoorden

Louis: Dit item kunnen we niet zo gemakkelijk terug vinden bij Louis. Het is duidelijk dat hij heel goed voorbereid is op het verhoor. Louis heeft zelfs allerlei documenten bij zich. Hij lijkt heel gecontroleerd te spreken, en wekt de indruk goed na te denken over zijn woorden voor hij ze uitspreekt. De gerechtspsychiater schrijft in zijn rapport “Hij wikt en weegt zijn woorden constant en komt niet tot een open, spontaan gesprek.”
Dimitri: Dimitri heeft de feiten reeds bekend, dus impulsieve antwoorden kunnen hem niet door de mand doen vallen wat de moord betreft. Wel merken we dat Dimitri de stiltes zelf invult. Hierin geeft hij vaak meer informatie dan gevraagd wordt. Voorbeeld: Het verhaal dat hij brengt over de drugszaak.

20) Hardheid

Louis: Een voorbeeld voor dit item vinden we niet echt terug tijdens het verhoor. Wel kunnen we stellen dat Louis hard is naar zijn oversten toe. Hij spaart hen niet en verwijt hen van hem te gebruiken om te kunnen scoren bij de algemene inspectie. “Ze hebben mijn zaak gezien om zich te kunnen profileren. Het zijn mensen die denken dat ze untouchable zijn”
Dimitri: Dimitri komt op emotioneel vlak heel hard over tijdens het verhoor. Hij kan namelijk de gruwelijke feiten op een heel neutrale manier navertellen. Ook zijn er momenten tijdens het verhoor waar sprake is van een misplaatst gevoel voor humor. ‘…Ik weet het niet he…Jij was erbij, hé, wij niet.’ –Dimitri lacht- “Jah, ik was erbij, maar gij nie hé, das spijtig hé?”

21) Oogcontact

Louis: Tijdens het vertellen van zijn verhaal is er niet zoveel oogcontact tussen Louis en de verhoorders. Belangrijk is wel te vermelden dat het opvalt dat Louis voldoende oogcontact houdt om de reactie van de verhoorders te observeren. Als hij voelt dat ze naar hem kijken, start of neemt de tremor van zijn hand of van de onderkaak toe. Nu en dan kijkt Louis de verhoorder ook indringend aan. Zo probeert hij als het ware de verhoorders te overtuigen van de juistheid zijn verhaal.
Dimitri: Hij houdt gedurende het ganse verhoor redelijk veel oogcontact met de verhoorders. Hij schrikt er niet voor terug om hen recht in te ogen te kijken, en soms zelfs op een uitdagende manier. Ook lijkt hij de blik van de verhoorders te zoeken om te zien of ze zijn verhaal volgen, of om bevestiging van hen te krijgen.

Conclusies Bij De Hypothesen

Aan de hand van de IM-P werd getracht het interpersoonlijk functioneren van twee individuen met psychopathische persoonlijkheid in beeld te brengen. Hier volgen enkele conclusies uit de analyse van de videoverhoren in verband met hun sociale omgang.

Non-Verbaal

Beide videoverhoren tonen individuen die vrij kalm zijn. Dit kunnen we opmaken uit hun relaxte houding. Ene voet op andere knie, naar voor leunend, met ellebogen steunen op knieën, nu en dan drinken van aangeboden drankje,… Door bepaalde houdingen aan te nemen, bijvoorbeeld het voorover buigen naar de verhoorders toe, verkleint men de interpersoonlijke ruimte. Zoals reeds vermeld heeft dit een functie, namelijk de gesprekspartner een ongemakkelijk gevoel geven. De psychopaat voelt hierdoor macht en controle.
Bij analyse van het 21ste item van de IM-P, namelijk oogcontact, moeten we eerst het volgende vermelden. De IM-P onderzoekt de interactie tussen verhoorder en onderhoorde. Bij de besproken videoverhoren krijgen we slechts een gedeeltelijk zicht op de interactie. We krijgen enkel de geïnterviewde in beeld, en kunnen dus alleen het oogcontact van dit individu meten. Vanuit de wetenschap over de plaatsinname van de verhoorders ten opzichte van de onderhoorde, vertrekken we vanuit de veronderstelling dat als de onderhoorde opkijkt, het in de richting van de verhoorders is. Hierna kunnen we dan besluiten dat zowel Louis als Dimitri heel indringend de verhoorders durven aankijken. Ook is het opvallend hoe goed ze de verhoorders letterlijk in het oog houden. Ze proberen als het ware in te schatten hoe goed hun verhaal overkomt (Trappen ze in dit stukje toneel? Ben ik er in geslaagd hun dit verhaal wijs
te maken?) en aan de hand van de reacties van de verhoorders hun gedrag aan te passen. Vooral bij Louis merken we een hoge graad van acteren. De tremor en de hoge stem zijn hier voorbeelden bij.
Bij Dimitri daarentegen is het frappant hoe goed hij zijn verhaal ondersteunt met handgebaren. Hij imiteert heel levendig hoe hij zijn slachtoffer te grazen nam, haar in zijn greep klemde, hoe hij haar wurgde,…

Verbaal

Beide casussen zijn heel spraakvaardig. Ze kunnen hun verhaal heel vlot brengen. Tijdens dit vertellen is het wel frappant hoe affectloos het verhaal wordt verteld. Vooral bij Dimitri komt het over alsof hij spreekt zonder emoties. Hij verklaart de gebeurtenissen van a tot z heel droog.
Hierbij deinzen ze niet terug om de interviewer te testen, door bijvoorbeeld na te gaan wat de onderzoekers al weten en wat niet.
Tijdens dode momenten neemt de onderhoorde het gesprek vaak zelf weer op. Ze vertellen zaken die niet gevraagd worden, of brengen persoonlijke verhalen (bijv. tips om grotere beetkans te hebben tijdens het vissen).
In de besproken casussen merkten we ook dat er vaak frustratie optreedt, eventueel naar de verhoorders toe, of naar het onderzoek. Het ontwijken van argumenten is ook hier duidelijk naar voor gekomen. Door niet alle informatie te geven houden ze zelf de controle over het gesprek.
Men gaat ook vaak de verhoorders testen. Aan de hand van verzoeken, vragende blikken of stiltes doet men een appèl op de interviewer. Zo tracht de onderhoorde te weten te komen wat er al gekend is door de onderzoekers.

Conclusies

Nu we het interpersoonlijk gedrag van individuen met een psychopathische persoonlijkheid aan de hand van videoverhoren met de IM-P hebben geanalyseerd kunnen we onze hypothesen hernemen en concluderen vanuit de theorie en praktijk.
Er werden twee hypothesen naar voor geschoven:
1) Als hypothese voor het verbale gedrag stellen we dat een psychopaat het
gesprek naar zich zal trekken en domineren.
2) Als hypothese stellen we ook dat een psychopaat via zijn non-verbale gedrag
binnen een interpersoonlijke relatie zijn superieure, zelfzekere gevoel zal laten
uitblinken.

De eerste hypothese wordt bevestigd door onze bevindingen met de IM-P. De psychopaat komt vlot over en kan enorm goed spreken. Ze gebruiken deze spraakvaardigheid om naast de kwestie te antwoorden, en proberen zo de verhoorders om de tuin te leiden. Zo trachten ze de touwtjes tijdens het verhoor in eigen handen te houden. Het is een kwestie van machtsgevoel.
De manier waarop ze spreken is emotieloos en monotoon. Deze resultaten kwamen ook reeds naar boven in de literatuur. We kunnen dus algemeen besluiten dat de eerste hypothese wordt bevestigd. Door hun verbale gedrag pogen psychopaten het gesprek niet alleen naar zich toe te trekken maar ook te domineren.
Met betrekking tot de tweede hypothese zien we dat zowel de literatuur als de analyse aan de hand van de IM-P aantonen dat een psychopaat zich allesbehalve nederig opstelt ten opzichte van zijn gesprekspartner. Door bepaalde houdingen aan te nemen, bijvoorbeeld naar voor leunen, verkleinen ze de interpersoonlijke ruimte. Dit geeft een psychopaat een gevoel van macht en controle. Ze schrikken er niet voor terug hun gesprekspartner op een indringende manier aan te kijken. Door hun blik langer aan te houden dan ‘normaal’ creëert men een ongemakkelijk gevoel bij de andere persoon. De analyse van de videoverhoren staat ook de literatuur bij wat betreft de handgebaren. Psychopaten gebruiken heel uitbundig gestes om hun verhaal te ondersteunen, of om de aandacht net weg te nemen van de inhoud van hun woorden. Ook hier mogen we besluiten dat psychopaten tijdens interpersoonlijke situaties hun narcisme zullen laten uitstralen. Ze komen zelfzeker en superieur over.
Beide hypotheses worden bevestigd vanuit de literatuur en de videoanalyses aan de hand van de IM-P. Deze resultaten zijn van tel binnen elk interpersoonlijk contact, en dus ook binnen verhoorsituaties. In het volgende hoofdstuk werpen we een snelle blik op de implicaties van deze uitkomsten voor het politioneel verhoor.

BINNEN HET GERECHTELIJK SYSTEEM

Door hun insensitiviteit voor sociale, morele of emotionele normen, zijn psychopaten veel meer betrokken bij gewelddadig gedrag. Daardoor komt een deel van de psychopaten ook in contact met het juridisch systeem. Het instrumentele gedrag wordt gesteld om doeleinden te bereiken die in hun eigen voordeel spelen. Het is dus interessant om te kijken hoe men met dit type criminelen moet/kan omgaan.
In dit hoofdstuk ligt de focus op het contact tussen mensen van het gerechtelijk systeem, meer bepaald de politie, en personen met een psychopathische persoonlijkheid. De klemtoon ligt op de verhoorsituaties. Interpersoonlijke relaties vormen nu eenmaal een uiterst belangrijke rol voor het verhoor.

Invloed van het emotionele deficit op het politioneel verhoor

Het politioneel verhoor van een persoon is zonder twijfel een moeilijke opdracht. Na het verhoor wordt er verwacht dat er accurate, volledige, relevante, geloofwaardige en legaal bruikbare informatie verkregen is. (Martin, 2002; Gudjonsson, 2003)
Het hoeft nauwelijks gezegd te worden dat het verhoor van een psychopaat een niet te onderschatten, lastige taak inhoudt. De valkuilen die bij ieder verhoor sowieso klaar liggen, zijn bij het verhoor met een psychopaat extra diep. Zelfs voor een verhoorder met heel goede verhoorvaardigheden en –kwaliteiten (Bockstaele, 2002), is een verhoor van een psychopaat geen ‘piece of cake’.
Er is reeds vermeld dat de emotiebeleving van een psychopaat allesbehalve dezelfde is als bij een niet-psychopaat. (cfr. supra) Een psychopaat kent enkel proto-emoties. (Cleckley, 1976)
Ze beleven niet de emoties in hun intensiteit, ze leerden emoties en de waarde ervan kennen via hun omgeving. Bij personen met een psychopathische persoonlijkheid wordt zelfs gesproken over emotionele armoede of een emotioneel deficit of over een emotionele onrijpheid. (Cleckley, 1976; Rimé, 1978)
Ook binnen interacties herkennen psychopaten de emoties van anderen niet. Ze vangen de sociale hints niet op. Door de moeite die ze ervaren bij het interpreteren van andermans emoties, kunnen ze nauwelijks hun gedrag hierop afstemmen. (Bates, 2001) Een psychopaat is bijvoorbeeld minder competent om het angstige affect in iemands stem af te leiden. (Long, 2007) Dit heeft als gevolg dat een psychopaat ook veel verder kan gaan in het folteren van zijn slachtoffer. Het gejammer, het geschreeuw en de smeekbedes van het slachtoffer dringen niet tot hem door als signalen dat hij zijn acties moet stoppen. Er is dus een afwezigheid van empathie bij psychopaten. Affect wordt bij hen ervaren als een teken van zwakte. (Long, 2007; Blair, 1995a)
Hieruit kunnen we stellen dat het emotioneel deficit, (drastische) gevolgen kan hebben op vlak van interpersoonlijke relaties.
Gezien deze andere emotiebeleving bij psychopaten (cfr. supra) is een andere aanpak vereist dan bij normale verhoortechnieken. Bij één van de gangbare verhoortechnieken speelt men in op de verhoorde zijn verdriet, geluk, angst, woede,… kortom, speelt men in op de gevoelens, de familie, of zwakke plekken van een persoon. Voorbeelden hierbij zijn: “Je zal je beter voelen eenmaal het van je hart is”, “Doe dit je vrouw/kinderen niet aan, ze verdienen dit
niet”,… Bij een psychopaat is dit niet zo evident. Ze lijken geen zwakke plekken te hebben, ze kennen nauwelijks gevoel van schuld, spijt, of schaamte. Het raakt hen niet, want psychopaten kunnen of willen geen emoties ervaren.
Dit verklaart gedeeltelijk de enorme moeilijkheid die bevoegden ervaren tijdens een gerechtelijk verhoor met psychopaten. Verhoortechnieken die de politie normaal hanteert om verdachten te ondervragen zijn (bijna) niet bruikbaar (lees: efficiënt) bij psychopaten.
Het interactieproces tussen verhoorder en verhoorde verloopt dynamisch. Dit houdt in dat beide invloed hebben op elkaar, zowel via hun verbaal als via hun non-verbaal gedrag. (cfr supra)
Psychopaten voelen zich tijdens een verhoor vaak op hun gemak. Doordat alle aandacht op hun persoon is gericht hebben ze het gevoel de touwtjes in handen te hebben en te krijgen wat ze willen. Vaak ontbreekt het besef dat ze iets verkeerd hebben gedaan. Ze zien niet in dat hun gedrag een probleem is. De meeste psychopaten genieten van wie ze zijn en wat ze doen. Dit kan je herkennen aan hun opgeblazen gevoel van eigenwaarde.
Personen met een psychopathische persoonlijkheid hebben een grote intrusiviteit in een interpersoonlijke relatie, ze hebben er plezier aan hun gesprekspartner, hier de verhoorder, extra arousal en ongemakkelijke gevoelens te geven. Dit streelt namelijk hun narcistisch gevoel, hun ego. De psychopaat tracht dus de verhoorder te intimideren Als dit lukt kan het tot gevolg hebben dat de interviewer minder gaat spreken. In enkele ogenblikken kan een simpele interactie tussen psychopaat en zijn gesprekspartner omslaan naar een spontane reactie van terugtrekking bij de verhoorder. (Rimé, 1978)
Het blijft ook keer op keer een uitdaging voor de verhoorder om de leugens van de psychopaat te doorzien en niet te bezwijken voor zijn/haar manipulaties of gladde praatjes, want enkel zo kan hij de controle houden over de verhoorsituatie.
Ook het aanbrengen van heel sterke, overtuigende bewijzen tijdens het verhoor, of het betrappen van de psychopaat op een leugen,… slaat een psychopaat niet uit zijn loodje, hij/zij vindt heel snel een andere verklaring, of weet zijn verhaal in een mum van tijd aan te passen. In het volgende stuk gaan we even kijken naar de link tussen psychopathie en leugens.

Psychopathie En Leugens

Leugens maken deel uit van het alledaagse leven van een psychopaat. Liegen, bedriegen en manipuleren, is nu eenmaal hun manier van omgaan met anderen. Hier volgen belangrijke gegevens over liegen, het non-verbale gedrag tijdens het liegen én het doorprikken van leugens. Dit telkens met extra aandacht voor het verloop bij een psychopaat.

Non-Verbaal

Velen hanteren de stelling dat leugens kunnen gedetecteerd worden via het non-verbale gedrag van de leugenaar. Wanneer je mensen vraagt waar je kan op letten om te zien of een persoon liegt krijg je meestal het volgende antwoord: ‘De leugenaar vermijdt oogcontact en komt nerveus over.’ Het nerveuze gedrag omschrijft men als schuifelen met de voeten, zitten friemelen aan de kledij, met een ring of uurwerk zitten spelen,…
Maar dit algemene beeld wordt tegengesproken door de resultaten die voortvloeien uit onderzoeken. (Vrij, 2001a; Mann, 2002) Uit de bevindingen concluderen we twee zaken:
1/Er is geen relatie tussen oogcontact en bedrog, en 2/ in plaats van een verhoging van zenuwachtig gedrag, is er een verlaging in het gedrag van de leugenaar. De bedrieger wordt als het ware zelfs onnatuurlijk stil in zijn gedrag.
Dit valt als volgt te verklaren. Simultaan aan het liegen treden er nog andere processen inwerking bij de persoon. Deze processen vragen veel energie waardoor het motorische centrum tijdelijk minder actief is. Als eerste proces is er de zware cognitieve belading: De leugenaar moet hard nadenken zodat het verhaal overtuigend overkomt, maar hij moet ook continu op zijn hoede zijn zodat hij zichzelf niet verspreekt. Hij moet er namelijk ook voor zorgen dat het
verhaal klopt met de informatie waarover de gesprekspartner eventueel reeds beschikt. Als tweede proces, al of niet in combinatie met het eerste, is er de poging om het gedrag te controleren. Omdat er algemeen aangenomen is dat leugenaars wegkijken en nerveus gedrag vertonen, zullen leugenaars extra proberen hun bewegingen te beperken. Op deze manier wil men een geloofwaardige indruk nalaten bij de gesprekspartner. Maar de meeste mensen zijn zich niet bewust van hoeveel lichaamstaal ze normaal gebruiken bij waarheidsgetrouwe gesprekken. Door de extra aandacht vervalt men in een overijverig controleren. Dit uit zich in onnatuurlijke, weloverwogen bewegingen en een rigide houding. (Vrij, 2001a; Mann, 2002)
In contrast met het bovenstaande concluderen Klaver et al. dat hun evidentie aantoont dat een verhoging in de hoofdbewegingen, en waarschijnlijk een totale stijging van de lichaamsbeweging, indicatoren zijn voor liegen specifiek bij psychopaten.
De studie van Mann (2002) komt ook tot de conclusie dat het knipperen van de ogen een indicator kan zijn om leugens te detecteren. De redenering loopt als volgt: Als een persoon cognitief zwaar belast is, zal hij minder knippergedrag vertonen. Terwijl een persoon aan het liegen is, is hij zwaar cognitief belast (cfr. supra). Hieruit concludeert men dat er minder knippergedrag is vast te stellen bij een leugenaar.
Samenvattend kunnen we hier reeds stellen dat het helemaal niet simpel is om een persoon op een leugen te betrappen door enkel te kijken naar het oogcontact en/of zijn lichaamstaal. Het non-verbale gedrag kan een indicatie zijn maar is allesbehalve eenduidig, en is sterk persoonsafhankelijk!

Verbaal

Het is dus moeilijk om via het non-verbale gedrag leugens te detecteren. Misschien bevat het verbale gedrag cues om leugengedrag te ontmaskeren? Lee et al. stelden één van de weinige onderzoeken op rond de link tussen psychopathie en verbale indicatoren van bedrog. (Lee, 2008) Tijdens hun studie kwamen ze tot volgende besluiten:
Psychopaten voorzien meer passende details in hun verhaal als ze aan het liegen zijn in vergelijking met niet-psychopaten. Door die extra details te vertellen reduceren ze de verdenking van liegen. Als ze de waarheid vertellen is er geen onderscheid tussen beide groepen. (Lee, 2008)
Door hun tekort aan sociale angsten (niet bang om betrapt te worden op een leugen, verhaal onmiddellijk aanpassen) en hun dominante interpersoonlijke stijl slagen ze erin mensen te bedotten en hen leugens te verkopen. (Williamson (1991) in Lee, 2008)
Als de waarheid wordt verteld, worden psychopaten als minder geloofwaardig gescoord dan niet-psychopaten. (Lee, 2008)
Wanneer er leugens worden verteld, en men enkel het verbale in acht neemt, komen psychopaten even geloofwaardig over als niet-psychopaten. Dit lijkt verrassend, want psychopaten worden nu eenmaal gekenmerkt als meesters in het liegen en bedriegen. Ze halen hun overtuigingskracht dus niet uit hun woorden, maar vooral uit het non-verbale gedrag.
Door de gestes die ze maken, leiden ze de aandacht af van het verhaal. Ook door hun arrogante houding en grandioze uitstraling, huldigen ze zichzelf in een sluier van vertrouwen en geloofwaardigheid. (Lee, 2008)
We kunnen besluiten dat hoe moeilijk het detecteren van leugens al is bij ‘normale’ personen, hoe moeilijker het nog wordt bij psychopaten. (Porter, 2007) Psychopaten zijn in het algemeen al meer geneigd tot bedriegen en zeker als dit bedrog ervoor zorgt dat ze zichzelf kunnen vrijpleiten van schuld. (Porter, 2007)
Hoofdcommissaris Bockstaele maakt in zijn boek ‘Leugens en Hun Detectie’ de volgende vergelijking: Het ontdekken van een leugen is als de pixels van een foto. Slechts door meerdere pixels samen te nemen komt het duidelijk wie op de foto staat. Ook voor het ontdekken van leugens kunnen we niet naar één iets kijken, maar wel de combinatie van verschillende informatiepunten kan helpen om een leugen te detecteren.
Dit is dan ook de reden waarom we in deze thesis zoveel aspecten bekijken. Bij het scoren van het interpersoonlijk gedrag van een psychopaat hebben we alle items van de IM-P gebruikt. Enkel door al de items samen te voegen kunnen we een algemeen beeld verkrijgen.
We halen onvoldoende nuttige informatie uit één item om op basis daarvan conclusies te trekken over de interpersoonlijke relaties bij psychopaten. Het is dus ook noodzakelijk om zowel het verbale als het non-verbale gedrag te analyseren bij een psychopaat tijdens een verhoor om kans op leugendetectie te verhogen.
Naast het bovenvermelde moeten we bij het detecteren van leugens met nóg andere factoren rekening houden. Enkele hiervan zijn:
- De verschillende redenen waarom iemand liegt: persoonsafhankelijk, resultaatafhankelijk, motivatie-afhankelijk,… Dit hangt meestal samen met
wat er op het spel staat. Men maakt een soort kosten-baten analyse, wat is de straf/beloning bij het spreken van de waarheid? (O’Hair, 1981; Vrij,2001a)
- De mate waarin men zich heeft voorbereid om te liegen. Bij een uitnodiging van de politie weet de persoon in kwestie meestal al waarover
het verhoor zal gaan. Hij kan zich hierop voorbereiden en een heel gedetailleerd verhaal klaargestoomd hebben. Zo komt de persoon in kwestie misschien wel geloofwaardig over tot er een (voor hem) onverwachtse vraag wordt gesteld. Dan valt dit buiten het voorbereide scenario en groeit de kans om het leugenachtig gedrag te ontdekken. (O’Hair, 1981) (cfr. supra, bespreking IM-P adhv casus Louis)

lees verder in vervolg 2 van psychopathie in de praktijk.

Bron; onbekent ( tot onze spijt)
Zet een scherm met een neutrale site open, als je deze site weg klikt schakel je over op het andere scherm
Tijdelijk geheugen wissen; menu-extra-internet opties-tabblad algemeen- klik knop bestanden verwijderen.

team mailen;psychopathie123@live.nl
Mea
Site Admin
Site Admin
 
Berichten: 3559
Geregistreerd: di 29 jan 2008 00:31

Re: Psychopathie in de praktijk vervolg 2

Berichtdoor Mea op za 19 maart 2011 21:57

Politioneel Verhoor

Op het einde van deze thesis is het duidelijk welke moeilijk groep psychopaten vormen. Ze zijn eerst en vooral overal aanwezig in de populatie, door hun extravertheid en theatrale omgang creëren ze vaak een ruime kenniskring. Het lijkt onmogelijk dat zo’n persoon een gevaar kan vormen voor de maatschappij, maar schijn bedriegt. Ze liegen, bedriegen en manipuleren, ze gaan door het leven met maar één doel voor ogen, namelijk zoveel mogelijk profijt halen uit alles en iedereen ten voordele van hun eigenbelang. Het emotionele deficit dat kenmerkend is voor psychopaten en bepaalde persoonlijkheidstrekken die psychopathische individuen bezitten zorgen voor verstoorde interpersoonlijke relaties met de medemens.
Binnen het gerechtelijk systeem wordt veel druk gelegd op verhoren. Er zijn hoge verwachtingen voor, tijdens en na het verhoor. (Cfr. supra) Psychopaten vormen hierbij een heel lastige groep om verhoord te worden.
Vooraleer men het verhoor start, moet men een uiterst goede kennis hebben van het dossier. Een gedetailleerde voorbereiding aan de hand van het bewijsmateriaal, voorbije verhoren, en de persoon an sich, is enorm belangrijk. Een grondige dossierstudie kan eventueel al een licht werpen op enkele items van de PCL-R (bijv. criminele veelzijdigheid, herroeping van voorwaardelijke invrijheidsstelling, jeugddelinquentie,…) Uiteraard moet elk item nog aan
bod komen tijdens het interview. Aan de hand van enkele items van de PCL-R die vooral relevant zijn tijdens een verhoorsituatie, beschrijven we bepaalde ‘tips’ voor verhoorders.
Deze aandachtspunten moet men als ondervrager tijdens elk verhoor indachtig zijn. Het geeft geen uitsluitsel of iemand een psychopaat is of niet, maar ze kunnen wel dienen als aanwijzingspunten.

Richtlijnen bij Verhoor
PCL-R item Aandachtspunt
1) Gladde prater/ oppervlakkige Charme Focus op wat je moet vragen
2) Opgeblazen gevoel van Eigenwaarde Zelfvertrouwen, niet laten intimideren door onderhoorde
3) Pathologische Liegen Alert zijn voor alle mogelijke leugensignalen
4) Oplichter/Manipulatief Niet persoonlijk worden tijdens verhoor
5) Gebrek aan Berouw, Ontbreken van Emotionele Diepgang, Gebrek aan Empathie Bevragen van de emoties

In deze tabel zien we dat de verhoorder vooral in contact kan komen met de verbale sterkte van een psychopaat (1). Het is verbazend hoe snel een psychopathisch individu erin slaagt het gesprek naar zich toe te trekken. Daarom is het belangrijk te focussen op wat je wil bekomen tijdens het interview. Zoniet, is de kans groot dat de verhoorder met heel wat onbruikbare i nformatie achterblijft na het gesprek. Een gesloten interview, wat het spreken van de
onderhoorde beperkt, lijkt hier een oplossing. Astrid Boelaert merkt hierbij op: “Het loont dikwijls de moeite de onderzochte tijdens het interview even te laten afdwalen en hem de touwtjes in handen te geven. De omnipotentie kan men op dergelijke onbewaakte ogenblikken vaak in volle omvang tot uiting zien komen. Niet zelden zal een psychopaat in dergelijke ongestructureerde situaties de controle over het gesprek overnemen en kan men het ware gelaat van de persoon zien verschijnen.” We mogen dus stellen dat men als verhoorder de psychopaat gerust mag laten vertellen en terwijl wat hij in petto heeft. Dit vrije verhaal kan net een aanduiding zijn voor zijn persoonlijkheidsstoornis. Maar na een bepaalde tijd moet de verhoorder erin slagen het verhoor terug vanuit actieve positie te beheersen, en het gesprek in handen trachten te houden.

Een tweede iets dat men niet kan missen is het narcisme van de psychopaat (2). De overweldigende manier waarop de psychopaat zich profileert imponeert de verhoorder gegarandeerd. Dit is een reden waarom een verhoor van psychopaten niet voor iedereen is weggelegd. De deskundige moet stevig in zijn schoenen staan en zelfvertrouwen hebben. Hij mag zich uiteraard niet laten intimideren door de onderhoorde psychopaat.
Eerder in dit hoofdstuk werd de link tussen psychopathie en liegen besproken (3). De verbale en non-verbale indicatoren werden er kort aangehaald en besproken. Het is onmogelijk om aan de hand van één indicator te concluderen dat een persoon liegt. Vandaar dat het noodzakelijk is om op zoveel mogelijk signalen tegelijk te letten. Het spreekt voor zich dat het ontdekken van leugens aan de hand van verbaal en non-verbaal gedrag, een heel delicate en moeilijke opdracht is.
Als voorlaatste item hebben we de persoonlijkheidstrek van oplichten en manipuleren (4). Psychopaten zijn meesters in personen tegen elkaar uitspelen. Ze gaan instanties, personen, zelfs familie of vrienden oplichten en verhalen verkopen zolang ze er zelf voordeel uit halen.
Het is hier ook belangrijk dat de verhoorder een gezonde afstand houdt met de onderhoorde, en de psychopaat afweert uit zijn persoonlijk leven.
Het gebrek aan empathie en berouw, en het ontbreken van emotionele diepgang typeren het emotionele deficit die we terugvinden bij psychopathische individuen (5). Hoewel ze vaak geleerd hebben van gevoelens te kopiëren uit hun omgeving slagen ze er niet in het zelf te
voelen. Dit kan eventueel duidelijk naar voor komen tijdens het verhoor door de emoties te bevragen bij de onderhoorde. Bijvoorbeeld: ‘Wat heb je gevoeld toen de keel van het slachtoffer oversneed?’ Een niet-psychopaat antwoordt hierop dat hij angst, woede of afschuw voelde op dat moment. In tegenstelling tot een psychopaat die exemplarisch volgend antwoord zou kunnen geven ‘Ik voelde hoe het mes door de huid gleed en het bot raakte’.

Besluit
Deze thesis startte met een ruime inleiding rond psychopathie. Doorheen de literatuur schetsten we een algemeen beeld van hoe een individu met een psychopathische persoonlijkheid in het leven staat. Eerst grepen we naar de theorie, waar we een summier historisch overzicht van de term psychopathie vermelden. Daarna stappen we over naar de praktijk, hoe een niet-criminele psychopaat van een normaal individu onderscheiden? De bijdrage van Robert Hare is niet weg te denken binnen de praktijk. De PCL-R is als de gouden standaard een noodzakelijk instrument bij de diagnostiek. Na een schets van het emotionele leven van een psychopaat merken we dat deze individuen een emotioneel deficit hebben. Het gevoelsleven, voor zover het aanwezig is, wordt op een totaal andere manier beleefd. Dit heeft natuurlijk ook implicaties, namelijk op het interpersoonlijk functioneren.
Dagelijks gaan we om met mensen, via verbaal en non-verbaal gedrag treden we in interactie, we proberen elkaar aan te voelen en op elkaar in te spelen. Wat als normaal en evident wordt aanzien, missen we bij personen met een psychopathische persoonlijkheidsstoornis. Hoe gaat een psychopaat om met zijn gesprekspartner? Dit is de vraag waarrond hoofdstuk 2 is opgebouwd. Op basis van een hypothese rond het non-verbale gedrag, en één over het verbale gedrag bij een psychopaat doorzoeken we de literatuur rond deze concepten. De Interpersonal Measure of Psychopathy, de IM-P, vormt hier een uitstekend onderzoeksinstrument. We kunnen concluderen dat de persoonlijkheidskenmerken van een prototypische psychopaat geuit worden in zijn interpersoonlijke relaties. Het narcisme, de lust naar het machtsgevoel, het gebrek aan empathie, de onverantwoordelijkheid, het liegen en bedriegen,… Het zijn allemaal aspecten die een psychopaat meeneemt in zijn interacties. Hij slaagt er verbaal in om het gesprek naar zich toe te trekken, waardoor hij domineert en het gevoel heeft macht te hebben over de conversatie. Non-verbaal kan een psychopaat zijn gesprekspartner intimideren door zijn zelfzeker en superieur overkomen.
Eenmaal de hypotheses bevestigd zijn door de literatuur trekken we in deze thesis de lijn door naar het gerechtelijke systeem. Psychopaten vertegenwoordigen een hoog percentage van de gevangenisbevolking en vormen dus een belangrijke populatie binnen het criminele kader.
Het politioneel verhoor vormt een basis binnen de gerechtelijke procedure, waardoor het ook een belangrijke functie heeft, die zeker aandacht verdient. In dit laatste hoofdstuk ligt de focus op de implicaties van het emotionele deficit, en vooral de impact hiervan op het interpersoonlijk functioneren van een psychopaat. Meer specifiek wordt er gekeken naar de impact op het politioneel verhoor. Conclusie hierbij is dat de normale verhoortechnieken (inspelen op emoties) hun doel niet bereiken bij psychopaten. Verder wordt ook het leugengedrag van een persoon, zowel op verbaal als op non-verbaal vlak, onder de loep
genomen. We bespreken verschillende punten waar men extra aandacht moet voor hebben en die kunnen helpen iemand op een leugen te betrappen. Toch moeten we toegeven dat het ontdekken van leugens een extreem moeilijke en complexe taak is. Er wordt afgesloten met enkele richtlijnen die elke verhoorder tijdens ieder verhoor indachtig zou kunnen zijn. Vooral als men in contact komt met een psychopaat is het belangrijk om goed voorbereid te zijn en
gefocust aan de slag te gaan.

Bron; Onbekent (tot onze spijt)
Zet een scherm met een neutrale site open, als je deze site weg klikt schakel je over op het andere scherm
Tijdelijk geheugen wissen; menu-extra-internet opties-tabblad algemeen- klik knop bestanden verwijderen.

team mailen;psychopathie123@live.nl
Mea
Site Admin
Site Admin
 
Berichten: 3559
Geregistreerd: di 29 jan 2008 00:31


Keer terug naar psychopathie in de praktijk vervolg

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron